naar inhoud
Aelbrecht Louis

Nationale herdenking: de Vergeten Oorlog in Korea, 70 jaar geleden.

13 okt
Op 13 oktober herdacht Defensie en het War Heritage Instituut met een nationaal huldebetoon de 70e verjaardag van twee grote veldslagen in Korea waarbij Belgische troepen aanwezig waren. De aandacht ging uit naar de 106 Belgische jongens uit het Vrijwilligerskorps die in Korea sneuvelden.

Op de begraafplaats van Lampernisse rust sergeant Marcel Caesteker (1932-1953) één van deze moedige vrijwilligers. Met stad Diksmuide en de families brachten we ook lokaal hulde aan onze Koreastrijders. Het graf van Marcel Caesteker kreeg de erkenning als oorlogsgraf door het aanbrengen van het Pro-Patria gedenkplaatje.

De Koreaanse oorlog?

Een tussen 1950 en 1953 uitgevochten oorlog tussen het communistische Noord-Korea en het prowesterse Zuid-Korea. Noord-Korea werd in deze oorlog militair ondersteund door de Volksrepubliek China en de Sovjet-Unie. Zuid-Korea werd gesteund door de Verenigde Naties en ontving hierbij militaire bijstand van diverse VN-landen. Het militaire bevel was in handen van de Verenigde Staten. Op vraag van de Verenigde Naties besloot de Belgische regering – in 1950 - een bataljon soldaten samen te stellen om naar Korea te sturen. Twee jonge militairen uit onze stad gaven gevolg aan deze oproep.  

Een portret van onze Koreastrijders

Korporaal Louis Aelbrecht, Vrijwilliger 1950-1951

Op 26-jarige leeftijd vertrok Louis Aelbrecht als vrijwilliger. Een beslissing die zijn hele verdere leven grondig zou veranderen en bepalen. Louis geboren in 1925 in Neder Ename vertrok op 18 december 1950 met het transportschip De Kamina. Na een reis van 45 dagen werd op 1 februari 1951 aangemeerd in Poesan, Zuid-Korea. In een kranteninterview uit 1995 doet Louis zijn verhaal. Ik citeer: ‘Alle soldaten die naar Korea vertrokken, hadden zich aangemeld op vrijwillige basis. Het ging zowel om beroepsmilitairen als om reserve-officieren. Er moest een contract van één jaar ondertekend worden. Ikzelf was toen korporaal. De reis verliep nogal eentonig en er was ook een gebrek aan plaats in de verblijfruimten. In totaal waren 750 soldaten aan boord. Ik werd ondergebracht in de Vlaamse C-compagnie, die werd toegevoegd aan een Amerikaanse divisie. De eerste Belg die sneuvelde, was luitenant Beauprez uit Oostende. Bij een verkenningstocht langs de Hanrivier, trapte de luitenant op een landmijn. Dit gebeurde op 18 maart 1951. Toen het nieuws ons bereikte was iedereen teneergeslagen. Nadien sneuvelden er nog van onze makkers, maar die eerste dode maakte toch het meeste indruk op ons. Bij gevechten in de omgeving van de IMJIN-rivier werd ik in mei 1951 gewond. Scherven van een handgranaat drongen in mijn schouder door en onderaan in mijn ruggengraat. Door de dokters werd ik ongeschikt verklaard voor verdere militaire dienst. Via Japan en Londen werd ik samen met nog een vijftal andere gekwetste Belgen gerepatrieerd.’  In 1953 huwde Louis met Elza Devreker en vestigde zich in Diksmuide en stichtte zijn gezin. Louis, gekend als ‘Louis de Koreaander’ zal zich zijn leven lang inzetten om de Koreaanse oorlogsfeiten te herdenken en in herinnering te brengen. Louis is overleden in 1997.  

Sergeant Marcel Caesteker, Vrijwilliger 1952-1953

Het Koreaverhaal had voor Marcel Caesteker een totaal andere wending. Hij werd geboren in 1932 als zoon van Polydoor en Laura Therssen. In Lampernisse groeide hij op samen met zijn broers Robert, Gilbert en Urbain. Tussen 1947 en 1949 was hij werkzaam als bakkersgast in Nieuwpoort.

Marcel werd in 1950 aangewezen voor de dienst van milicien. Maar hij was enthousiast en tekende in september 1950 voor een vrijwillige leger dienst van drie jaar (1951-1953). Op 1 februari 1951 kwam hij terecht bij het 3e opleidingsbataljon van de Infanterie in Turnhout. Vervolgens nam hij in maart 1951 dienst in Antwerpen bij het regiment RACS. Hij behaalde zijn graad als korporaal op 1 januari 1952 en zag een toekomst in een militaire loopbaan. Hij voorzag een extra dienstjaar vanaf februari 1954, hiervoor werd hij op 28 mei 1952 gelijkgesteld met de graad van sergeant. Marcel was toen actief binnen het 1e regiment Karabiniers Prins Boudewijn. Vervolgens gaf hij gehoor aan de vrijwillige oproep voor Korea. Op 3 juli 1952 deed hij zijn overstap naar het opleidingscentrum Para Commando van de Compagnie Vrijwilligers voor Korea. Hij nam dienst in het Bataljon voor Korea en werd ingelijfd bij de 23e versterking van het Vrijwilligerskorps.

De groep van 64 militairen scheepte op 21 augustus 1952 in en vertrok met een transportschip vanuit de havenstad Marseille. Op 3 oktober werd er aangemeerd in Korea. Ter plaatse werd Marcel ingelijfd bij de Vlaamse C-compagnie. Van 6 oktober tot 21 oktober werden militaire trainingen en oefeningen ter voorbereiding uitgevoerd. Op 24 oktober nam het bataljon een frontstelling in, ter verdediging van de Death Valley gelegen tussen White Horse en de IJzeren Driehoek, nabij Chorwon. Marcel schreef erover in zijn brieven aan het thuisfront. In de frontstelling komen valleien voor, waarin zich enorm grote plassen bevinden en moerasgronden. Er zijn stevige schuilplaatsen, die beschutting bieden tegen de meeste inslagen, loopgraven moeten gegraven worden en werden voortdurend verbeterd. Er zijn geen grote vijandelijke bewegingen, maar het bataljon kreeg gemiddeld 50 artilleriegranaten per dag te verduren. Deze frontstelling werd ingenomen tot en met 14 november 1952.

Winterse verdediging

Om het Amerikaanse bataljon af te lossen, werd het Belgisch bataljon op 25 november verplaatst naar een frontstelling op White Horse. De wintertoestanden en de uitgestrektheid van het terrein maakte de verdediging moeilijker. Voortdurend zijn patrouilles nodig om het terrein te verkennen. Ondertussen werd ook de winteruitrusting en aangepaste kledij aan de manschappen uitgedeeld. Marcel werd op 1 december 1952 aangesteld tot sergeant binnen het bataljon en werd postoverste van de veiligheidspost van de C-Compagnie.

De aflossing van de stelling gebeurde op 29 december 1952. Samen met het 7e regiment van de 3e Amerikaanse Infanteriedivisie nam het Belgische bataljon op 28 februari 1953 de stellingen in nabij Chatkol, dit om de Turkse militairen af te lossen. Deze militairen hadden een goede reputatie voor het nachtelijk gevecht, maar ze bouwden geen goede frontstellingen. Hierdoor had het Belgisch Bataljon veel werk voor het maken van loopgraven en stellingen.

Het centrum van de IJzeren driehoek

De Slag bij Chatkol van maart tot april 1953 is de naam die werd gegeven aan de reeks gevechten nabij het dorp in het centrum van de ‘IJzeren driehoek’.  Deze positie werd bekleed door het Belgische bataljon. Gedurende 55 opeenvolgende nachten werden ze zwaar aangevallen. Quasi alle gevechten deden zich voor tijdens de duisternis. In de nacht van 8 op 9 maart kwam het tot een eerste treffen. Dit eerste treffen was het noodlot voor Marcel. We bekijken even de feiten van nabij.

In de veiligheidspost Carol bevonden zich zes manschappen. In de nabijheid waren nog twee luisterposten, met telkens twee vrijwilligers.  Deze posten werden aangevallen door een honderdtal Chinezen en de veiligheidspost Carol werd overrompeld rond 4 uur ‘s morgens. Bij gevaar was de opdracht van de bemanning van een veiligheidspost om zich terug te trekken, maar hier gebeurde dit niet wegens de overmacht en de totale verrassing. Twee secties, die klaar stonden voor een tegenreactie, verlieten de Belgische stellingen maar werden opgehouden door het vijandelijk vuur. Om 6.45 uur wordt Carol opnieuw bezet door de Belgische militairen.

Over de feiten vonden we nog een getuigenis terug van Jozef Roox: ‘Ik was T.S. in het 1e peloton van de C-compagnie en kon het verloren gaan van Carol van op afstand meemaken. De mannen in de luisterpost hebben alleen maar hun geweer en zes granaten maar geen machinegeweer, en kunnen zich eigenlijk niet verdedigen bij een aanval en daarom is de terugtocht aangewezen bij dreigend gevaar. De postoverste van Carol, sergeant Caesteker, vraagt toestemming om terug te trekken, nadat de post al vier uren bezet is en de vijand in de nabijheid komt, maar deze toestemming wordt niet gegeven. Daarna horen we niets meer van Carol. Als de volgende morgen de post opnieuw bezet wordt zijn er vier gesneuvelden en Albert Van den Bossche is vermist; Frans Verberne leeft nog, maar sterft even later.’  Het is een droevig feit. De 20-jarige Marcel heeft het leven gelaten op het front van Chatkol. Zijn overlijden wordt door de bevelhebber van het Belgische Vrijwilligerskorps, luitenant-kolonel Gathy, aan het thuisfront in Lampernisse overgemaakt. Burgemeester Georges Ghyselen laat het overlijden acteren in de registers van de burgerlijke stand op 7 april 1953. ‘Caesteker Marcel, sergeant, overleden den negenden maart 1953 te Chat-Kol Korea te vier ure dertig ’s morgens’.

Schip met stoffelijk overschot van Marcel

Op 4 september 1953 om 10.30 liep het Amerikaanse schip ‘General Blachtfort’ de haven van Zeebrugge binnen. Met aan boord 70 terugkerende vrijwilligers, maar ook de stoffelijke resten van 34 gesneuvelde militairen. Om 11.30 uur werd de eerste kist uit de kiel van het schip gehesen. De detachementen van de Zeemacht en de Koreavrijwilligers bewezen de eer aan de kist waarin het stoffelijk overschot van Marcel Caesteker rustte. De gesneuvelden werden overgebracht naar de rouwkapel in de hallen van het Zeebrugse zeestation. Op zondag 6 september vond een nationale dodenhulde plaats in aanwezigheid van de families en de prominenten.  Na de dodenhulde werd Marcel - door tussenkomst van de gemeente – overgebracht naar Lampernisse.  De begrafenis vond plaats op 8 september om 10.00 uur hier op het kerkhof. Vervolgens kreeg Marcel Caesteker van het Ministerie van Landsverdediging op 12 september 1953 de erkenning ‘stierf voor België’.

Project Onze Vergeten Helden (Defensie en WHI) + Pro Patria gedenkplaatje

In 2018, het jaar van 100 jaar einde Eerste Wereldoorlog, is het War Heritage Institute gestart met het project Onze Vergeten Helden 1914-1918. De herinnering aan de gerepatrieerde helden leeft daar waar ze hun leven doorbrachten. Diksmuide heeft zich ook achter dit project geschaard. O.a. in Esen, Kaaskerke, Lampernisse, Leke, Oostkerke, Pervijze, Sint-Jacobskapelle en Vladslo werden Pro-Patria gedenkplaatjes op graven van gesneuvelde soldaten aangebracht. Met de start van 75 jaar Bevrijding 1940-1945 loopt sinds 2019 nu ook Onze Vergeten Helden 40-45.

In oktober 2021 staan we stil bij de Koreaanse oorlog (1950-1953) en brengen een Pro-Patria-gedenkplaatje aan op het graf van de Koreastrijder Marcel Caesteker hier in Lampernisse. Hiermee erkennen we zijn graf als een oorlogsgraf, een graf dat kan beschermd worden door een eeuwige concessie alsook een persoonlijk monument ter herinnering aan deze feiten.

Nieuwsoverzicht
Sluiten

Zin om bij de stad te komen werken?

Quote Hendrik vacatures Ontdek onze vacatures